Zorg en welzijn

Noord heeft niet de gezondste bevolking van de stad. Goedkoop eten, weinig bewegen, schulden, spanningen, huiselijk geweld, leerachterstanden, onzekerheid over de toekomst – het hakt erin. En daar komt corona nog bovenop. De sfeer in huis is soms te snijden. Het is niet makkelijk het hoofd koel te houden. Ouderen vereenzamen, huismoeders zijn niet veilig, jongeren onzeker. De constante aanblik van de rijkdom aan de overkant van de straat helpt ook niet. Nieuwbouwpaniek: een vorm van stress die steeds vaker voorkomt in Noord.

De zorg werkt gelukkig door, onder barre omstandigheden. Maar die is er natuurlijk vooral voor directe medische klachten. De onzichtbare en onmeetbare klachten achter de voordeur blijven vaak buiten beeld bij de reguliere zorg en hulpverlening. Die reageren niet altijd adequaat: lange wachtlijsten en andere bureaucratie staan in de weg. Dichtbij en gevoelig voor andere culturen zijn ze vaak niet. `

Daarom zijn mensen vaak afhankelijk van kleine, persoonlijke hulp in de buurt. Een bos bloemen op je verjaardag kan niet wat een chirurg of psychiater kan, maar het helpt wel. Alleen al het besef dat je er niet alleen voor staat. Noord is goed in dat soort burenonderhoud. Mensen zijn het gewend: als niemand anders het doet, houden ze elkaar wel overeind. Daaruit ontstaan ook kleinschalige, stevige, onafhankelijke initiatieven die precies weten wat er speelt en wat iemand nodig heeft. Dat netwerk, dat zorgweefsel, verdient het om overeind te blijven temidden van de grotere zorginstituten.

Goed voorbeeld: het nieuwe Platform Vrouwennetwerk Amsterdam Noord, een mix van formele en informele organisaties en vrouwengroepen die actief zijn op wijkniveau. Het brengt vrouwen van verschillende achtergronden bij elkaar voor ontmoeting en steun, rond thema’s als empowerment, (digitale) ontwikkeling, politieke participatie, onderwijs, opvoedingsondersteuning, kinderopvang, betaald werk vinden, uitwisseling van kennis en cultuur. Zo’n overkoepelende organisatie was er nog niet. Ze voldoet aan een vraag die overal in het stadsdeel leeft.

Zulke bewonersinitiatieven verdienen meer structurele ondersteuning (en huisvesting). Zij en de organisaties die wat groter zijn maar ook draaien op veel vrijwilligers verdienen eerder de overheidsopdrachten. Die moeten niet standaard naar de meedingers om aanbesteding gaan, zoals Doras, Dock en Civic.

Dit komt ten goede aan de mensen die in armoede leven. En die dus ook de natuurlijke gesprekspartners horen te zijn van de professionals in zorg en welzijn. Kijk daarbij vooral, zoals tot nu toe alleen de voedselbank het doet, naar het besteedbaar inkomen. Dat is de toets die telt.

Dus:

  • zorg voor doorlopende steun en huisvesting aan door bewoners zelf opgezette initiatieven om voor elkaar te zorgen en elkaar te versterken. Elke buurt een eigen ruimte waar mensen bij elkaar kunnen komen en de spullen staan die gedeeld worden voor (tuin)onderhoud, het uitdelen van maaltijden en kleren, buurtfeesten etc.
  • Publieke gebouwen van de gemeente hoeven niet altijd in de verkoop als ze leegstaan. De buurt kan ze gebruiken! Ontmoetingsplekken, opslagruimte, creatieve en ambachtelijke werkplaatsen: talent en solidariteit is er genoeg in Noord.
  • Creëer banen voor de buurt in de buurt: groenonderhoud, klussen aan huis, eenvoudige thuiszorg. Zo hou je ook in de gaten of het met iemand niet goed gaat. Buurtgenoten komen makkelijker bij elkaar naar binnen dan instanties. En geven als het nodig is door aan gemeente en formele zorg. Deze banen worden betaald en ondersteund door gemeente en woningbouw.
  • Experiment met basisinkomen (zie: Collectief Kapitaal in Buikslotermeer) uitbreiden: Noord is bij uitstek het stadsdeel om dit breed in te voeren.
  • En: laat de gemeente alles doen wat ze kan om de stop op thuiszorg terug te draaien.